dyslexie1Dyslexie

Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of het spellen op woordniveau. Er zijn 4 typen taalleerproblemen te onderscheiden die een relatie hebben met lezen en spellen:
•    Auditieve verwerkingsproblemen
•    Spraakproblemen
•    Grammaticale problemen
•    Problemen met de betekenisverlening
Er zijn in de afgelopen decennia nationaal en internationaal veel onderzoeken uitgevoerd naar de oorzaken van dyslexie. Alhoewel er wel vooruitgang is geboekt en algemeen wordt aangenomen dat er sprake is van problemen op het terrein van fonologische verwerking en de toegankelijkheid van taalkennis, is nog steeds niet duidelijk wat er precies ten grondslag ligt aan het ontstaan van dyslexie. Tegenwoordig wordt dyslexie gezien als een op zichzelf staande stoornis, die bij ieder intelligentieniveau kan voorkomen.
Door het niet goed kunnen lezen en schrijven kunnen bij kinderen emotionele problemen ontstaan. Soms ontwikkelt zich daaruit faalangst. Bovendien hebben kinderen met dyslexie door de leer- en/of spellingsproblemen moeite met alle vakken waarbij lezen en schrijven een rol speelt. Er onstaat dus gemakkelijk een onderwijsachterstand. Op volwassen leeftijd kunnen zij deze taalhandicap ervaren als een belemmering in de ontwikkeling van hun carrière. Ouders zijn belangrijke signaleerders en vormen een erg belangrijke schakel in de begeleiding van het kind en kunnen veel bijdragen aan het reduceren of versterken van emotionele problemen.

Wat doet de logopedist?
Veel lees- en spellingsproblemen vinden hun oorsprong in problemen met de taalontwikkeling, fonologie en/of de auditieve vaardigheden. Logopedisten zijn deskundig op het gebied van diagnostiek, indicatiestelling en therapie van spraak- en taalstoornissen. Hiermee onderscheiden zij zich van andere beroepsgroepen die zich met dyslexie bezig houden, bijvoorbeeld de orthopedagogen en de remedial teachers. Dit is in het bijzonder van belang omdat ze kennis hebben van de diagnostiek en begeleiding van de factoren die met dyslexie samenhangen zoals fonologie en oproepsnelheid. Logopedisten zijn vaak al in een vroeg stadium betrokken bij kinderen met dyslexie. Soms is er nog helemaal geen sprake van een kind dat in het leesproces vastloopt, maar zijn er al wel risicofactoren te signaleren. De behandeling van dyslexie dient in een zo vroeg mogelijk stadium plaats te vinden, zodat zo snel mogelijk de basisvaardigheden kunnen worden geleerd die nodig zijn voor het lezen en spellen.
Adequate begeleiding in een vroeg stadium (onder andere met klanken en letters werken) kan dyslexie weliswaar niet voorkomen, maar wel de uitingsvorm ervan verkleinen. De behandeling door een (gespecialiseerde) logopedist kan een grote bijdrage leveren aan het voorkomen van leesproblemen en het verminderen van het gevolg ervan.

De rol van de logopedist bij auditieve verwerkingsproblemen
Leerlingen met auditieve verwerkingsproblemen hebben moeite met het onderscheiden, herkennen, analyseren en synthetiseren van spraakklanken. Helaas leveren auditieve oefeningen voor het leren lezen erg weinig op als er alleen auditief gewerkt wordt. Lezen bestaat immers uit meer componenten dan alleen de auditieve. Juist de koppeling tussen de auditieve en de visuele component is essentieel. Een logopedist kan een kind helpen om met klanken te leren manipuleren waarbij in een vroeg stadium met klanken en letters wordt gewerkt.

De rol van de logopedist bij spraakproblemen
Een logopedist moet alert zijn op het effect van spraakproblemen bij lezen en spellen. Bij de behandeling moet de auditieve, visuele en spraakmotorische component van de woordstructuur aan de orde komen. Kinderen moeten een woord horen, zien (letters en mondbeeld) en uitspreken.

De rol van de logopedist bij grammaticale problemen
Grammaticale problemen bij kinderen zijn vooral terug te vinden bij het niet correct kunnen toepassen van regels met betrekking tot woordvinding, zinsbouw en spellingregels.

De rol van de logopedist bij problemen met de betekenisverlening
Kinderen die problemen hebben met betekenisverlening hebben moeite met het vinden van de juiste woorden en met pragmatisch taalgebruik. Deze problemen komen bijvoorbeeld tot uiting bij begrijpend lezen en begrijpend luisteren. Maar ook bij het vertellen van verhalen, zowel mondeling als schriftelijk (stellen). De logopedist kan een kind helpen om woordvinding en pragmatiek te benaderen via geschreven taal, zeker wanneer er sprake is van lees- en spellingproblemen.


Signaleren van dyslexie
Groep 1 - 2
In groep 1 en 2 kun je nog niet spreken van lees- en spellingproblemen, de kinderen leren immers nog niet lezen en schrijven. Er kunnen wel bepaalde signalen, risicofactoren, zijn waardoor de lees- en spellingontwikkeling in groep 3 en hoger misschien moeizaam zal verlopen.
Deze risicofactoren zijn:
•    er zijn spraak en/of taalproblemen of het kind is laat gaan praten
•    in de familie komt dyslexie voor
•    het kind heeft moeite met het leren van namen of kleuren
•    het kind heeft moeite met rijmen en het leren en onthouden van versjes en gedichtjes
•    het kind heeft woordvindingsproblemen: het heeft moeite met het snel en goed benoemen van voorwerpen, gebruikt stopwoordjes of vervangende gebaren
•    het kind heeft moeite met de taalspelletjes die voorbereiden op het lezen en spellen in groep 3

Kenmerken van lees- en spellingproblemen in groep 3:
•    het leren lezen en spellen gaat beduidend langzamer dan bij klasgenoten
•    moeite met het aanleren van de letters
•    moeite met het “plakken” van letters tot woorden
•    woorden letter voor letter blijven lezen: spellend lezen
•    lezen in een redelijk normaal tempo, maar met veel fouten: radend lezen
•    problemen met de auditieve vaardigheden: moeite met het horen van het verschil in klanken of woorden die op elkaar lijken, bijv. /eu/ /ui/, /m/ /n/, muis mus
•    bij schrijven worden letters die veel op elkaar lijken door elkaar gehaald ( bijv b d). Dit doen veel kinderen een tijdje, maar bij dyslectische kinderen duurt dit langer

Kenmerken van de lees- en spellingproblemen in groep 4-8
•    lezen in een traag tempo, bij het lezen van (nieuwe) woorden spellend lezen/ ‘hakken en plakken
•    lezen in een redelijk normaal/ vlot tempo, maar met veel fouten: radend lezen
•    problemen met de auditieve vaardigheden Het heeft moeite met het horen van het verschil in klanken/ woorden die op elkaar lijken, bijv. /eu/ /ui/, /m/ /n/, muis mus
•    een hekel hebben aan lezen
•    door de lees- en spellingproblemen last van spanningen en frustraties die zich op diverse manieren kunnen uiten: druk of juist teruggetrokken gedrag, buikpijn, slecht slapen, niet naar school willen, onzekerheid
•    veel spelfouten en het schrijven van een tekstje duurt lang
•    veel woorden worden geschreven zoals ze klinken, bijv. dislekties i.p.v. dyslectisch