SPRAAK

Algemeen
Spraak is volgens het woordenboek: het vermogen tot spreken. In het dagelijks leven is spreken onmisbaar. Wanneer er daarom problemen bij de spraak ontstaan, kunt u of uw kind daar hinder van ondervinden.
Problemen ontstaan wanneer iemand (jong of oud) moeilijkheden heeft met de spraak; de desbetreffende persoon is soms slecht of niet verstaanbaar voor zijn omgeving.
Er kunnen problemen zijn met het programmeren, afstemmen en controleren van mondbewegingen die nodig zijn voor een juiste uitspraak. Woorden worden onduidelijk uitgesproken, klanken worden weggelaten, vervangen door andere klanken of komen binnen het woord op een andere plaats terecht. Het komt voor dat een klank wel in het ene en niet in het andere woord kan worden gemaakt. Het spreken is binnensmonds of slap, te snel of met onvoldoende intonatie.

De oorzaak voor spraakproblemen kan liggen in een zwakke aanleg voor de vorming van duidelijk spraakklanken, onvoldoende kracht, beweging en coördinatie van de mondspieren, kaakgeklemd spreken of een concentratieprobleem. Ook kan een vertraagde of onvolledige neurologische ontwikkeling een oorzaak zijn (ontwikkelingsdyspraxie).
Verder kan er sprake zijn van een open of gesloten neusspraak wanneer de spraak te veel of te weinig door de neus klinkt.

Het gevolg van onduidelijk spreken is dat u of uw kind niet duidelijk kan maken wat het wil en niet wordt begrepen. De communicatie en het onderlinge contact zijn bemoeilijkt. Dit kan leiden tot frustratie. Hierdoor kunnen gedragsproblemen en/of een sociaal isolement ontstaan.

Binnen de logopedie heeft spraak te maken met het waarnemen van spraakklanken en vervolgens de aansturing van de spieren voor het spreken en de uitspraak van klanken.

De (meest) voorkomende spraakproblemen zijn:
Vertraagde spraakontwikkeling
Verbale ontwikkelingsdyspraxie
Slissen
Nasaliteit
Stotteren
Broddelen
Dysartrie