taalVertraagde taalontwikkeling

Er is sprake van een vertraagde taalontwikkeling wanneer een kind op taalgebied beduidend achterblijft of negatief afwijkt in vergelijking met leeftijdsgenootjes. De taal kan achterblijven in het begrijpen van taal alswel het uiten van taal.
Bij een afwijkende taalontwikkeling verlopen stukjes van de taalontwikkeling anders dan normaal.
Zo'n 10% van alle kinderen heeft een zodanige achterstand in de taalontwikkeling, dat logopedische ondersteuning nodig is.

Een vertraagde taalontwikkeling kan samenhangen met andere stoornissen, zoals een spraakontwikkelingsachterstand, een algehele ontwikkelingsachterstand, een informatieverwerkingsprobleem, een auditief verwerkingsprobleem of een (tijdelijk) gehoorprobleem. Tevens spelen de mogelijkheden van het kind, psychologische factoren, sociale factoren en de aard en hoeveelheid taalaanbod een rol.
Maar het komt ook voor dat het kind slecht spreekt zonder dat er een duidelijke oorzaak voor gevonden wordt.

Bij een vertraagde taalontwikkeling kunnen zich problemen voordoen in het taalbegrip, de taalvorm, de taalinhoud en/of het taalgebruik:
Taalbegrip
•    Het kind begrijpt vaak niet wat er tegen hem gezegd wordt.
•    Het kind heeft problemen met het begrijpen en uitvoeren van opdrachten die via de taal worden gegeven.
•    Het kind begrijpt minder woorden dan leeftijdsgenootjes.
•    Het kind praat weinig en is soms erg stil.
Taalvorm
•    Het kind praat in (voor zijn leeftijd) te korte zinnen
•    Het kind heeft problemen met de woordvorming; veel fouten in het vervoegen van werkwoorden en/of zelfstandige naamwoorden. (bijv. verleden tijd en enkelvoud- en meervoudsvormen)
•    Het kind praat vaak in 'kromme' zinnen, waarbij bijv. de woordvolgorde niet goed is.
Taalinhoud
•    Het kind heeft een kleine woordenschat.
•    Het kind heeft moeite met het begrijpen en vertellen van verhalen.
•    Het kind gebruikt veel dezelfde woorden en/ of vertelt vaak hetzelfde.
•    Het kind praat vaak over dezelfde vertrouwde onderwerpen.
•    Het kind vindt het lastig om buiten het hier-en-nu te vertellen.
•    Het kind vindt het moeilijk om de voorkennis van de gesprekspartner in te schatten.
•    Het kind heeft moeite om op een woord te komen; woordvindingsproblemen.
•    Het kind gebruikt vaak stopwoorden, denkpauzes of herhalingen in de zinnen.
Taalgebruik
•    Het kind vertelt onsamenhangend; moeite met verhaalstructuur.
•    Het kind heeft problemen met het gebruiken van taal in de communicatie.
•    Het kind heeft moeite met communicatievoorwaarden; bijvoorbeeld beurtgedrag, luisteren en oogcontact in gesprekssituaties.

Het gevolg van een vertraagde/verstoorde taalontwikkeling is dat het kind niet duidelijk kan maken wat het wil en niet wordt begrepen. De communicatie en het onderling contact zijn bemoeilijkt. Hierdoor kunnen gedragsproblemen (het kind wordt opstandig en driftig als het niet begrepen wordt of het gaat zich juist steeds meer terugtrekken) en/of een sociaal isolement ontstaan. Ook kunnen er leerproblemen als gevolg van een vertraagde/verstoorde taalontwikkeling ontstaan.
Het is van groot belang dat een vertraagde taalontwikkeling zo vroeg mogelijk wordt onderkend. Een kind heeft van 0 tot 6 jaar een gevoelige periode voor het leren van de taal. De manier waarop het kind taal leert is van grote invloed op de verdere taal- /denkontwikkeling en sociaal-emotionele ontwikkeling. Wanneer het taalniveau aan de basis niet goed is zal dit effect hebben op de verdere taal/ denkontwikkeling. Taal blijft dus in grote mate medebepalend voor de taal/ denkontwikkeling die het kind doormaakt.
Het is dan ook beter om met een taalontwikkelingsprobleem te komen wanneer een kind 2,5 jaar oud is dan als hij al 5 jaar is. De achterstand is dan nog niet zo groot en makkelijker te verhelpen. Bovendien kan het preventief werken voor latere mogelijke leer- en/of gedragsproblemen.


Wat doet de logopedist?
De logopedist onderzoekt de taalontwikkeling van het kind zorgvuldig. Het is belangrijk zo veel mogelijk informatie te verzamelen, zodat er zo gericht mogelijk aan de taalontwikkeling kan worden gewerkt. Dat begint bij een eerste gesprek met kind en ouders. Tijdens het eerste gesprek wordt onder meer duidelijk wat de hulpvraag is, wat de achtergrond van het kind is en wat ouders zelf hebben gedaan om de taalontwikkeling te stimuleren.
De taalonderzoeken worden veelal afgenomen met gestandaardiseerde testen. Met deze testen wordt het talige niveau van een kind in vergelijking met zijn leeftijdsgenootjes bepaald. Er kan onderzoek verricht worden naar het taalbegrip, de taalproduktie (woorden en zinnen), communicatievaardigheden en auditieve vaardigheden.
Naar aanleiding van de uitslagen van de taalonderzoeken en verzamelde informatie wordt een diagnose gesteld. In overleg met de ouders wordt een plan gemaakt om zo gericht mogelijk aan de taalontwikkeling te kunnen gaan werken.
Er bestaan diverse therapievormen, waaronder de indirecte en de directe therapie. Bij de indirecte therapie worden de ouders door de logopedist geïnformeerd en geïnstrueerd hoe de taalontwikkeling zo goed mogelijk te kunnen stimuleren. De ouders leren hoe ze in allerlei dagelijkse situaties extra aandacht aan de taal van het kind kunnen besteden. Het kind krijgt op deze manier veel mogelijkheden om taal te koppelen aan ervaringen.
Bij de directe therapie werkt de logopedist met het kind.De logopedist werkt aan de opgestelde behandeldoelen. De logopedist bevordert een optimale communicatie. Daarnaast wordt het taalgedrag van het kind in de gaten gehouden en wordt daar zo goed mogelijk met het eigen taalaanbod op ingespeeld. Samenwerking met de ouders is uiterst belangrijk. Ouders worden nauw bij de behandeling betrokken, zodat de taalontwikkeling ook thuis goed gestimuleerd kan worden en het kind de kans krijgt om de taal zo goed mogelijk te kunnen ontwikkelen. Tevens is het zinvol om samen te werken met leerkrachten en andere behandelaars, zodat er zo effectief mogelijk aan de hulpvraag kan worden gewerkt.
Het resultaat van de behandeling hangt onder andere af van de oorzaak van de vertraagde ontwikkeling. In het algemeen geldt dat een vertraagde taalontwikkeling goed te behandelen is, zeker als de problemen al op jonge leeftijd onderkend worden. Al voor hun tweede jaar kunnen kinderen bij de logopedist terecht.